Sint Agnes

Een non in gebed voor de heilige Agnes, de be-schermheilige van jonge vrouwen en een symbool voor kuisheid.








opgraving

Voorwerpen, afkomstig van het kloosterterrein, gevonden tijdens een opgraving.








skelet

Het kerkhofje, skeletten worden blootgelegd.

Klooster

De conventen van St. Agnieten


In 1447 werd het Agnietenklooster gesticht. De vrouwen die zich verenigden tot het St. Agnietenconvent leefden zonder enig inkomen en in uiterste armoede. De vrouwen leefden volgens de regels van de derde orde van St. Franciscus. De kloostergeloften hielden in: vrijwillige armoede, eeuwige zuiverheid en volkomen gehoorzaamheid. Verder deden ze de belofte om een goed christelijk leven te leiden. Enige tijd later sloten de nonnen van het Agnietenconvent zich aan bij de Augustijner Orde. Hierdoor werd het een echt nonnenklooster met strenge leefregels.

Het klooster maakte een bloeiperiode door in het laatste kwart van de 15de eeuw. Door allerlei schenkingen verkreeg het klooster steeds meer land dat weer werd verpacht. Ook verhuurde het huizen aan de randen van het kloosterterrein en daarbuiten. De kloosterbevolking in die bloeiperiode telde gemiddeld zon tachtig personen.

Na 1506 neemt de kloosterbevolking langzaam af. Vlak voor de opheffing in 1572 waren er nog maar 24 zusters over. De overgebleven zusters werden uitgeplaatst en werden onderhouden door de wereldlijke overheid. Rond 1612 stierf de laatste non van het St. Agnietenklooster.

Het Kloosterterrein


Aanvankelijk had het klooster alleen enkele huizen aan de westzijde van de Torenstraat. Daarna kwam het centrum van het klooster aan het Westeinde te liggen. Op het terrein stonden, bij de sluiting van het klooster, behalve de kerk, de hoofdgebouwen en diverse woningen, onder andere een paterhuis, een brouwerij en een ziekenhuis.

De Kerk


De eerste vermelding van een kerk van het Agnietenklooster aan het Westeinde dateert uit 1466. Tijdens de Hervorming werden de kerken van de Haagse vrouwenkloosters afgebroken. Bij werkzaamheden op het voorplein in 1861 en 1862 werd het schip van de kerk grotendeels weer blootgelegd. De lengte van de kerk is onbekend. Het koor, dat aan de oostzijde was gelegen kon niet meer worden onderzocht omdat het onder een aangrenzend perceel ligt.

Het Kerkhof


De meeste nonnen, de overige bewoners van het klooster en mogelijk ook de zieken die in het kloosterziekenhuisje werden verpleegd, werden na hun dood waarschijnlijk buiten de kerk begraven. Bij de opgraving in 1997 werd een klein deel van een kerkhof opgegraven. Dit deel, 11 bij 5 meter, lag ten noordwesten van de kapel ter plekke van een latere binnenplaats van het weeshuis. Aan de zuidzijde liggen mogelijk nog delen van het kerkhof onder de 18e-eeuwse uitbreiding van het weeshuis.

Hervorming


Vanaf het begin van de 16e eeuw won de hervormingsbeweging terrein. Dit had een negatieve weerslag op de populariteit van het kloosterleven. De kloosterbevolking van het Agnietenklooster liep langzaam terug van 64 in 1511 tot 24 in 1572. De gebouwen en alle grond daaromheen werden in 1576 aan het Burgerweeshuis geschonken. De kloosterkapel en enkele andere gebouwen werden afgebroken en het puin werd deels verkocht en deels gebruik voor het weeshuis.